De Middeleeuwen

In de middeleeuwen was Ingelmunster, mede door zijn versterkte burcht, een belangrijke plaats in de kasselrij Kortrijk en de Roede van Harelbeke.
Achtereenvolgens kwam de dorpsheerlijkheid, na het Huis van Rode, in het bezit van de heren van Gistel, van Bourgondië, van Cleven en van de Franse troon. Meest bekend is het verblijf van Filips de Schone, Koning van Frankrijk, in het kasteel van Ingelmunster in het jaar 1297, vijf jaar voor de Guldensporenslag.
Hij was toen onderweg om Brugge te straffen. De Bruggelingen kwamen hem tegemoet om er hun onderwerping aan te bieden en het behoud van het Heilig Bloed af te smeken, wat de Franse koning aanvaardde.

In de zestiende eeuw, tijdens de Godsdienstoorlogen, werd Ingelmunster de speelbal van de vechtende partijen. In augustus 1566 trokken de beeldenstormers voorbij en plunderden de Sint-Amandskerk. De kerk werd heropgebouwd met een toren in het midden. Die toren werd in 1739 afgebroken. In de plaats werd vooraan een nieuwe toren gebouwd, de huidige toren.

In 1580 werd Ingelmunster het slagveld van een treffen tussen de Franse Hugenoten met François de la Noue en de Spaanse bezetting van het Kasteel. Het dorp werd verwoest maar de la Noue werd gevangen genomen en naar de Spaanse landvoogd, Alexander Farnèse, overgebracht. In 1878 werd in de plaatselijke tapijtmanufactuur een groot stuk geweven dat ‘De Slag van Ingelmunster, 1580’ voorstelt. U vindt het terug in de raadzaal van het gemeentehuis.

Door al die oorlogen in Frankrijk en de Zuidelijke Nederlanden kwam de Franse kroon in geldnood. Parijs kon nog nauwelijks haar Duitse kolonels betalen. De heerlijkheid Ingelmunster-Vijve-Dendermonde werd als pasmunt ingezet. In 1583 kocht Otto von Plotho, een Duits kolonel in Franse dienst, de heerlijkheid. Zo kwam hij zijn broodheren tegemoet en werd hijzelf een stuk rijker.

Laatste wijziging: 10-04-2006 (14:16)